ECLI:NL:RBHAA:2012:BY9780
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- A.J. Roke
- C.J. Hummel
- Rechtspraak.nl
Uitleg schorsende werking hoger beroep op navorderingstermijn douaneschuld
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank de navorderingstermijn van drie jaar, genoemd in artikel 221, derde lid, van het Communautair douanewetboek (CDW), schorst. Eiseres kreeg een uitnodiging tot betaling (utb) opgelegd voor douanerechten, die zij betwistte. Na vernietiging van eerdere utb's en een ongegrond verklaard hoger beroep door het Gerechtshof, is de vraag gerezen of het instellen van hoger beroep de termijn voor navordering schorst.
Eiseres stelt dat alleen bezwaar en beroep tegen een beschikking van een douaneautoriteit de termijn schorsen, niet het hoger beroep tegen een rechterlijke uitspraak. Verweerder betoogt dat ook hoger beroep schorsende werking heeft, omdat de beroepsfase in Nederland uit bezwaar, beroep en hoger beroep bestaat. De rechtbank interpreteert artikel 221, derde lid, CDW in samenhang met artikel 243 en Pro 245 CDW en concludeert dat alleen het instellen van beroep tegen een beschikking van de douaneautoriteit de termijn schorst, niet het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en de utb, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres. Tevens wordt een forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand toegekend, omdat geen bijzondere omstandigheden voor integrale vergoeding zijn aangetoond.
Uitkomst: Het hoger beroep schorst de navorderingstermijn van drie jaar niet, waardoor de utb buiten termijn is opgelegd en wordt vernietigd.