ECLI:NL:RBLEE:1998:AA3833
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging locatiebesluiten proefboringen aardgas Noordzeekustzone en Ameland wegens gebrekkig MER en onrechtmatigheden
De rechtbank Leeuwarden heeft op 17 juli 1998 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke bodemprocedure waarin diverse milieuorganisaties beroep instelden tegen locatiebesluiten van de minister van Economische Zaken. Deze besluiten verleenden NAM goedkeuring voor proefboringen naar aardgas op vijf locaties in de Noordzeekustzone en op Ameland.
Eisers voerden aan dat het milieu-effectrapport (MER) dat ten grondslag lag aan de besluiten niet voldeed aan de wettelijke richtlijnen en onvoldoende inzicht gaf in de milieugevolgen, met name vanwege leemten in kennis en gebrekkige beoordeling van effecten op natuurwaarden. Tevens werd betoogd dat de minister door het Plan van Aanpak reeds gebonden was aan het verlenen van goedkeuringen, waarmee hij zijn beoordelingsbevoegdheid had beperkt. Ook werd gesteld dat de besluiten in strijd waren met Europese richtlijnen zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat de proefboringen MER-plichtig zijn en dat het MER niet voldeed aan de eisen, mede door het ontbreken van een gezamenlijk MER voor de Noordzeekustzone en Waddenzee. De minister had onvoldoende rekening gehouden met het voorzorgbeginsel en de milieubelangen. Ook was het Plan van Aanpak niet bindend voor de minister en liet het ruimte voor afwijzing op milieugronden. Het monitoringsvoorschrift in de besluiten deed geen afbreuk aan de intrekkingsbevoegdheid van de minister. De rechtbank vernietigde de locatiebesluiten en bepaalde dat de Staat het betaalde griffierecht aan eisers moest vergoeden.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en deugdelijke milieueffectrapportage en een zorgvuldige belangenafweging bij vergunningverlening voor activiteiten met mogelijke milieueffecten, ook bij bestaande concessies en beleidsafspraken.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de locatiebesluiten voor proefboringen vanwege onvoldoende milieueffectrapportage en onrechtmatigheden in de besluitvorming.