ECLI:NL:RBLEE:2000:AA4905
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling exploitatievergunning en gedoogverklaring verkoop softdrugs in coffeeshop te Leeuwarden
Verzoeker heeft een exploitatievergunning aangevraagd voor een horecabedrijf aan de [adres coffeshop] te Leeuwarden, met de intentie softdrugs te verkopen. Verweerder heeft de vergunning geweigerd vanwege nadelige invloed op het woon- en leefklimaat in het kernwinkelgebied, maar na bezwaar een exploitatievergunning verleend zonder toestemming voor verkoop van softdrugs.
Verzoeker stelde dat het besluit onjuist was omdat hij een vergunning kreeg waar hij niet om vroeg en dat de weigering van de gedoogverklaring onvoldoende gemotiveerd was. Verweerder stelde dat de exploitatievergunning en de gedoogverklaring juridisch gescheiden beslissingen zijn, waarbij de verkoop van softdrugs niet wordt gedoogd in kernwinkelgebieden.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de gedoogverklaring geen besluit in de zin van de Awb is en daarom niet-ontvankelijk is voor beroep. De voorwaarden van de exploitatievergunning, waaronder het verbod op verkoop van softdrugs, zijn niet in strijd met wet- of regelgeving. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor het onderdeel weigering gedoogverklaring en ongegrond voor het overige; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.