ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5835
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering bij overtreding Meststoffenwet
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 11 mei 2000 een ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen verweerder, die eerder was veroordeeld voor overtreding van artikel 14 van Pro de Meststoffenwet. De officier van justitie vorderde betaling van een bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een interne tarieflijst die een bedrag van ƒ10,00 per kilogram fosfaat hanteert.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in deze vordering. Dit omdat verweerder erop mocht vertrouwen dat een ontnemingsvordering voor dit delict, conform de geldende aanwijzingen en richtlijnen van het college van procureurs-generaal, achterwege zou blijven. De aanwijzingen en richtlijnen voorzien dat voor economische en milieudelicten, waarvoor transactierichtlijnen of tarieflijsten bestaan, ontnemingsvorderingen doorgaans niet worden ingesteld.
De uitspraak onderstreept het belang van rechtszekerheid en het vertrouwen van verdachten in het beleid van het openbaar ministerie. De rechtbank bevestigt hiermee dat het instellen van een ontnemingsvordering in strijd is met de interne beleidsregels, waardoor de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in zijn ontnemingsvordering wegens het vertrouwen van verweerder in het beleid dat ontnemingsvorderingen achterwege blijven bij dit delict.