ECLI:NL:RBLEE:2001:AB2154
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Raad voor Rechtsbijstand tot opleggen ontvlechting en korting subsidie aan Stichting Rechtsbijstand Friesland
De Stichting Rechtsbijstand Friesland (verzoekster) voert samen met de Stichting Juridische Dienstverlening (SJD) een betalende rechtspraktijk, terwijl de gefinancierde rechtsbijstand volgens de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) uitsluitend mag worden verleend binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.
Verweerder, de Raad voor Rechtsbijstand te Leeuwarden, heeft aan de subsidieverlening voor 2001 de voorwaarde verbonden dat verzoekster de betalende praktijk dient te ontvlechten van de gesubsidieerde praktijk. Verzoekster voldoet hier niet aan en is het niet eens met de korting op de subsidie die verweerder heeft aangekondigd.
De rechtbank stelt vast dat de Raad voor Rechtsbijstand op grond van de Wrb en de Algemene wet bestuursrecht bevoegd is om dergelijke voorwaarden te stellen en subsidies te verminderen indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan. De rechtbank oordeelt dat de samenwerking tussen verzoekster en SJD feitelijk neerkomt op een personele unie, waardoor sprake is van een betalende praktijk die niet is ontvlochten.
Hoewel de korting op de subsidie gerechtvaardigd is, is de motivering van de hoogte onvoldoende, omdat verweerder de kosten in plaats van de winst als maatstaf hanteert. Daarom wordt het besluit geschorst tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar en moet verweerder het reeds gekorte bedrag terugbetalen.
Uitkomst: De rechtbank schorst de korting op de subsidie en beveelt terugbetaling van het reeds ingehouden bedrag wegens onvoldoende motivering.