ECLI:NL:RBLEE:2001:AB2155
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing korting subsidie wegens onvoldoende ontvlechting betalende praktijk en gesubsidieerde rechtsbijstand
Stichting Rechtsbijstand Drenthe verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening tegen de subsidiekorting opgelegd door de raad voor rechtsbijstand wegens het niet ontvlechten van de betalende praktijk van de Stichting Juridische Dienstverlening (SJD) van de gesubsidieerde praktijk. De raad had een korting van 17.500 gulden per maand aangekondigd omdat de stichting niet voldeed aan de ontvlechtingseisen.
De rechtbank oordeelde dat de raad bevoegd is om aan de subsidieverlening voorwaarden te verbinden die de ontvlechting van de betalende praktijk voorschrijven, omdat de stichtingen rechtsbijstand uitsluitend werkzaamheden mogen verrichten binnen het kader van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb). De samenwerking tussen verzoekster en de SJD was te nauw verweven, met identieke besturen, directies en gedeelde huisvesting, waardoor feitelijk sprake was van een gezamenlijke betalende praktijk.
Hoewel de korting in principe gerechtvaardigd was, vond de rechtbank dat de hoogte van de korting onvoldoende was gemotiveerd. De raad had een bruto bedrag van kosten als maatstaf genomen in plaats van het werkelijke voordeel, en gebruikte verouderde gegevens uit 1998. Daarom werd de subsidiekorting geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar, en werd de raad bevolen de reeds ingehouden subsidie terug te betalen. Tevens werd de raad veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank schorst de subsidiekorting en beveelt betaling van de ingehouden subsidie wegens onvoldoende ontvlechting.