ECLI:NL:RBLEE:2001:AB2981
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging erkenning kinderen wegens ontbreken dwaling
De vrouw verzocht de rechtbank om de erkenning van haar twee kinderen door een niet-biologische vader te vernietigen, zodat de biologische vader hen kan erkennen. Zij stelde dat zij destijds bij haar toestemming voor de erkenning door de niet-biologische vader had gedwaald over de rol van de biologische vader. De vrouw gaf aan dat zij destijds de relatie met de biologische vader als kansloos zag en daarom koos voor erkenning door een ander.
De rechtbank nam kennis van de instemming van de niet-biologische vader, de bijzonder curator en de Raad voor de Kinderbescherming met het verzoek. Desondanks oordeelde de rechtbank dat de moeder niet had gedwaald over de identiteit van de biologische vader, aangezien zij hiervan op de hoogte was en bewust toestemming gaf aan de niet-biologische vader. De rechtbank stelde dat de vermeende dwaling over de capaciteiten van de biologische vader geen grond voor vernietiging is volgens artikel 1:205 BW Pro.
Verder overwoog de rechtbank dat de wettelijke beperkingen op het vernietigen van erkenningen zijn bedoeld om misbruik te voorkomen en dat het belang van het kind en de rechtszekerheid voorop staan. De rechtbank concludeerde dat het verzoek niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet en wees het af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Leeuwarden op 1 augustus 2001.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de erkenning van de kinderen wordt afgewezen wegens het ontbreken van dwaling.