ECLI:NL:RBLEE:2001:AD8250
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M. Visser
- E. de Witt
- F.R. Vermeer
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht deelvissers op vissersvaartuig volgens sociale verzekeringswetten
Eiser, eigenaar en exploitant van een vissersvaartuig op het IJsselmeer, werd door het Lisv aangemerkt als werkgever van deelvissers die op zijn schip werkzaam waren. Na een looncontrole concludeerde het Lisv dat deze deelvissers verzekerd moesten zijn op grond van de Ziektewet, Werkloosheidswet en WAO. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de Belastingdienst de bemanningsleden als zelfstandigen aanmerkte en dat er sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel vanwege terugwerkende kracht.
De rechtbank stelde vast dat aan de drie vereisten voor een arbeidsovereenkomst was voldaan: persoonlijke arbeid, loonbetaling in de vorm van een deel van de besomming, en een gezagsverhouding vanwege aanwijzingen van eiser aan de minder ervaren deelvissers. De deelvissers konden niet als mede-exploitanten worden beschouwd omdat het ondernemersrisico bij eiser lag.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser op de specifieke arbeidsverhouding tussen zeewerkgever en schepeling, omdat het vissersvaartuig niet onder de reikwijdte van het Wetboek van Koophandel viel. Wel oordeelde de rechtbank dat het Lisv het vertrouwensbeginsel had geschonden door met terugwerkende kracht verzekeringsplicht vast te stellen terwijl jarenlang geen controle was uitgevoerd en dit beleid niet was gecommuniceerd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, het door eiser betaalde griffierecht vergoed en verweerder veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.