ECLI:NL:RBLEE:2002:AE1478
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechter vernietigt besluit UWV over weigering kwijtschelding terugvordering AAW-schuld
Verzoeker had in 1994 een bedrag van ƒ 14.230,30 aan teveel betaalde AAW-uitkering teruggevorderd gekregen. In november 2001 verzocht verzoeker om kwijtschelding van de resterende schuld, welke door het UWV werd geweigerd op grond van het beleid dat vereist dat gedurende vijf jaar de aflossingscapaciteit volledig is benut. De voorzieningenrechter oordeelde dat het UWV dit beleid niet correct heeft toegepast, omdat de betalingsverplichtingen zoals vastgesteld door het bevoegde orgaan leidend moeten zijn, ook als deze lager zijn dan de maximale aflossingscapaciteit volgens het Tica-besluit.
De rechter stelde vast dat verzoeker al circa ƒ 13.000 had afgelost, wat meer is dan de circa ƒ 10.500 die hij had moeten aflossen bij volledige benutting van zijn aflossingscapaciteit. Ook ontbrak een onderzoek naar mogelijke dringende redenen voor kwijtschelding, wat onzorgvuldig was. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit, gelastte het UWV een nieuwe beslissing te nemen en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen over de kwijtschelding van de schuld.