ECLI:NL:RBLEE:2003:AF3393
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overplaatsing asielzoekers van Ameland naar andere AZC's
Verzoekers, bestaande uit meerdere asielzoekersgezinnen met kinderen, verbleven in aanvullende opvanglocaties (AVO's) op Ameland. Verweerder besloot hen over te plaatsen naar reguliere asielzoekerscentra elders vanwege sluiting van de AVO's. Verzoekers stelden dat de besluiten niet bevoegd waren genomen, dat zij niet gehoord waren, en dat de belangen van hun kinderen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten door de algemeen directeur waren bekrachtigd, waardoor eventuele mandaatgebreken waren geheeld. Hoewel niet formeel gehoord volgens artikel 4:8 Awb Pro, hadden verzoekers wel degelijk gelegenheid gehad hun zienswijze te geven. De belangenafweging door verweerder was niet onredelijk, waarbij het belang van een efficiënte opvang en kostenbesparing zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van verzoekers, die zich nog in een asielprocedure bevinden.
De rechtbank vond dat het niet horen van kinderen niet in strijd was met het IVRK artikel 12 lid Pro 2, omdat zij vertegenwoordigd werden door hun ouders. Ook het argument dat kinderen halverwege het schooljaar moesten verhuizen werd erkend als vervelend, maar niet strijdig met de rechten van het kind, mede omdat onderwijsfaciliteiten op de nieuwe AZC's aanwezig zijn.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder niet onredelijk heeft gehandeld en dat de besluiten in bezwaar stand zullen houden. De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de overplaatsing van asielzoekers van Ameland naar andere AZC's.