ECLI:NL:RBLEE:2003:AF6050
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontheffing jacht op wilde eenden en hazen ter voorkoming van schade aan gewassen
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een door het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende ontheffing voor het doden van wilde eenden en hazen in de periode van 1 november 2002 tot 1 april 2003. De ontheffing is bedoeld om belangrijke schade aan de gewassen zeekraal en zeeaster op buitendijkse percelen te voorkomen.
Verzoekster, de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee, betwist de ontheffing en voert onder meer aan dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de omvang en oorzaak van de schade, dat preventieve maatregelen niet zijn uitgeput, en dat het besluit in strijd is met de Vogel- en Habitatrichtlijn. Tevens stelt verzoekster dat een faunabeheerplan vereist zou zijn en dat de ontheffing significante gevolgen zou hebben voor het beschermde gebied.
De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de formele voorwaarden van de Flora- en faunawet is voldaan, waaronder het horen van het Faunafonds en het ontbreken van vrijstellingsmogelijkheden. Ook zijn de materiële voorwaarden vervuld: er bestaat belangrijke schade aan de gewassen, er is geen andere bevredigende oplossing, en de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten wordt niet aangetast. Daarnaast is niet gebleken van significante gevolgen voor het beschermde gebied.
Gelet op deze overwegingen en het ontbreken van bijzondere omstandigheden die het besluit onredelijk maken, wijst de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de verleende ontheffing.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen ontheffing jacht op wilde eenden en hazen wordt afgewezen.