ECLI:NL:RBLEE:2003:AH2380
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en rechtmatigheid van ontvlechting betalende praktijk bij subsidieverlening aan stichting rechtsbijstand
Eiseres, een stichting rechtsbijstand, voerde een betalende praktijk via samenwerking met de Stichting Juridische Dienstverlening (SJD). Verweerder legde aan de subsidieverlening voor 2000 en 2001 de verplichting op tot ontvlechting van deze betalende praktijk, met korting op de subsidie bij niet-naleving.
Eiseres betwistte deze verplichting en de hoogte van de korting, stellende dat de betalende praktijk noodzakelijk was en dat verweerder geen belang had bij de korting. De rechtbank oordeelde dat het vermelden van de korting bij subsidieverlening geen zelfstandig rechtsgevolg heeft; dit volgt pas bij constatering van niet-naleving.
De rechtbank bevestigde dat verweerder bevoegd was de ontvlechting als subsidievoorwaarde op te leggen op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet op de rechtsbijstand (Wrb). Gezien de wettelijke taak van eiseres en de bijzondere positie van stichtingen rechtsbijstand, is het voeren van een betalende praktijk niet toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en SJD in feite een personele unie vormen, waardoor verweerder terecht volledige ontvlechting eiste. De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en verklaarde het ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot ontvlechting van de betalende praktijk blijft van kracht.