ECLI:NL:RVS:2004:AP0361
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvlechting en subsidievoorwaarden in rechtsbijstand Friesland
Appellant sub 1, de raad voor rechtsbijstand Leeuwarden, verleende aan appellante sub 2, Stichting Rechtsbijstand Friesland, subsidies voor de jaren 1999 tot en met 2001 onder de voorwaarde dat ontvlechting van de betalende en gesubsidieerde praktijk vóór 1 januari 2000 gerealiseerd moest zijn. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellante sub 2 tegen het besluit van 18 februari 2000 niet-ontvankelijk voor zover het ging om de verplichting tot ontvlechting en oordeelde voor het overige ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het besluit van 18 februari 2000, waarin een korting op de subsidie wordt opgelegd bij niet-naleving van de ontvlechtingsverplichting, wel gericht is op rechtsgevolg en dat de rechtbank dit ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Afdeling bevestigt dat appellant sub 1 bevoegd was om deze voorwaarde te verbinden aan de subsidieverlening en dat appellante sub 2 ten tijde van de beslissing op bezwaar niet afdoende aan de ontvlechtingsvoorwaarde had voldaan.
De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde en verklaart het beroep van appellante sub 2 tegen het besluit van 18 februari 2000 alsnog ongegrond. Voor het overige bevestigt zij de uitspraak van de rechtbank. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Rechtsbijstand Friesland tegen het besluit tot subsidieontvlechting wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak deels vernietigd.