ECLI:NL:RBLEE:2003:AK3446
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing brancheringsbeperking bestemmingsplan detailhandel Leeuwarden
Carpetland BV verzocht de gemeente Leeuwarden om een bestuurlijk rechtsoordeel over de brancheringsbeperkingen in het bestemmingsplan Kanaalweg, die detailhandel beperken tot bepaalde branches en een minimale winkeloppervlakte voorschrijven. Eiseres wilde een deel van haar tapijtwinkel onderverhuren aan een schoenenwinkel, wat volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan.
De gemeente wees het verzoek af en verklaarde het bezwaarschrift van eiseres ongegrond. De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift terecht ontvankelijk is en dat de brancheringsregeling onderdeel is van een onherroepelijk bestemmingsplan, dat gebaseerd is op een regionale detailhandelsstructuurvisie en het rijksbeleid voor perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen.
De rechtbank stelt vast dat branchebeperkingen in bestemmingsplannen in beginsel niet zijn toegestaan, tenzij er een ruimtelijk relevant onderscheid bestaat. In deze zaak is dat onderscheid aanwezig om ontwrichting van het voorzieningenpatroon te voorkomen. De rechtbank vindt de motivering van het bestemmingsplan voldoende en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van Carpetland BV tegen het handhaven van de brancheringsbeperkingen in het bestemmingsplan Kanaalweg wordt ongegrond verklaard.