ECLI:NL:RBLEE:2003:AN9442
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Fuhler
- G. Bracht
- G.A.M. Peper
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bedrieglijke bankbreuk door onttrekking aan failliete boedels met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
Verdachte was bestuurder van twee bedrijven die failliet werden verklaard. In de periode van januari tot augustus 2000 onttrok hij goederen aan de failliete boedels door deze buiten bereik van de curator te brengen, wat werd aangemerkt als bedrieglijke bankbreuk.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding nietig was wegens innerlijke tegenstrijdigheden in de beschrijving van de onttrokken goederen, maar de rechtbank verwierp dit verweer omdat de beschrijving voldoende duidelijk was.
Daarnaast stelde de verdediging dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn voor vervolging zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank erkende de termijnoverschrijding maar vond dat het belang van de gemeenschap bij berechting zwaarder woog dan het belang van verdachte.
De rechtbank verklaarde een deel van de ten laste gelegde feiten bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk, maar legde uiteindelijk alleen de drie maanden voorwaardelijke straf op vanwege de termijnoverschrijding.
Verdachte kreeg een proeftijd van twee jaar waarin hij zich niet aan strafbare feiten mag schuldig maken om executie van de straf te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens bedrieglijke bankbreuk met strafvermindering vanwege overschrijding van de redelijke vervolgingstermijn.