ECLI:NL:RBLEE:2004:AP8645
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- C.H. de Groot
- F.P. Dillingh
- Rechtspraak.nl
Schorsing gedoogplicht voor aanleg transportleidingen en kabels bij zoutwinning
Verzoekers, bestaande uit de Nederlandse Hervormde Kerk en andere burgers en rechtspersonen, maakten bezwaar tegen een besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat waarbij hen een gedoogplicht werd opgelegd voor de aanleg van leidingen en kabels door Frisia Zout B.V. op hun grond.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen dit besluit en overwoog dat de aanleg van de leidingen en kabels niet kan worden aangemerkt als werken ten behoeve van het winnen van delfstoffen zoals bedoeld in art. 5 van Pro de Mijnbouwwet. Hierdoor valt de gedoogplicht niet onder de werkingssfeer van de Belemmeringenwet Privaatrecht in deze context.
De voorzieningenrechter besloot daarom het bestreden besluit te schorsen, het griffierecht te vergoeden en verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoekers. De uitspraak is in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot gedoogplicht wordt geschorst omdat de leidingen en kabels niet onder art. 5 Mijnbouwwet vallen.