ECLI:NL:RBLEE:2005:AU6756
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing besluiten buisleidingconcessie en gedoogplicht zouttransportleidingen wegens ontbrekende belangenafweging
De rechtbank Leeuwarden behandelde verzoeken tot voorlopige voorziening tegen besluiten van Hare Majesteit de Koningin en de minister van Verkeer en Waterstaat betreffende de aanleg van transportleidingen voor zoutwinning door Frisia Zout B.V. De besluiten betroffen de erkenning van het openbaar belang, de verlening van een buisleidingconcessie en de oplegging van een gedoogplicht aan grondeigenaren.
Verzoekers betwistten de bevoegdheid van verweerster, het ontbreken van een kenbare belangenafweging, het ontbreken van overleg met betrokken grondeigenaren en de onvoldoende onderbouwing van het openbaar belang. De voorzieningenrechter concludeerde dat de besluiten niet aan de vereisten voldoen, met name omdat de belangen van de grondeigenaren niet kenbaar zijn afgewogen en er geen serieuze onderhandelingen waren over de volledige schadevergoeding, waaronder waardevermindering van de gronden.
Hoewel de aanleg van de leidingen een aanmerkelijke inbreuk op eigendomsrechten vormt, was de minister niet nagekomen om te toetsen of aan de eisen voor het opleggen van een gedoogplicht was voldaan. De rechtbank schorst daarom de besluiten en bepaalt dat de schorsing ingaat op 28 november 2005. Tevens veroordeelt zij de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de besluiten over de buisleidingconcessie, erkenning openbaar belang en gedoogplicht wegens ontbreken van kenbare belangenafweging en onvoldoende serieuze onderhandelingen.