ECLI:NL:RBLEE:2004:AR8583

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
3 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1522 BESLU & 04/1523 BESLU
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174a GemeentewetArt. 10 GrondwetArt. 8:84 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing sluiting woning wegens onvoldoende feitelijke grondslag en ontbrekende begunstigingstermijn

De rechtbank Leeuwarden behandelde op 31 december 2004 de verzoeken om voorlopige voorziening tegen besluiten van de burgemeester van Leeuwarden tot sluiting van een woning wegens overlast gerelateerd aan drugs. De besluiten betroffen sluiting van het perceel vanaf 3 januari 2005 tot 3 juli 2005. De voorzieningenrechter stelde vast dat de bevoegdheid tot sluiting ingevolge artikel 174a van de Gemeentewet alleen kan worden toegepast indien sprake is van een ernstige en maatschappelijk onaanvaardbare verstoring van de openbare orde.

De rechtbank oordeelde dat de motivering van de besluiten onvoldoende was. Er ontbraken voldoende concrete en recente bewijsstukken die de overlast aan het pand konden koppelen. De overgelegde informatie was deels niet recent en onvoldoende concreet, terwijl contra-indicaties zoals recente weekrapporten van de stadswacht en verklaringen van medebewoners wezen op het ontbreken van overlast vanuit de woning.

Daarnaast concludeerde de voorzieningenrechter dat de besluiten in strijd waren met lid 4 van artikel 174a Gemeentewet omdat zij geen begunstigingstermijn bevatten, terwijl dit wettelijk en beleidsmatig wel vereist is. De burgemeester erkende dit ter zitting. De rechtbank besloot daarom de besluiten te schorsen tot twee weken na bekendmaking van de beslissingen op bezwaar, met een doorlopende schorsing bij een nieuw verzoek tot voorlopige voorziening.

De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank schorst de besluiten tot sluiting van de woning wegens onvoldoende feitelijke grondslag en het ontbreken van een begunstigingstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 04/1522 BESLU en 04/1523 BESLU
Inzake de gedingen tussen
1. [A], wonende te [C],
2. [B], wonende te [C],
hierna te noemen: verzoekers,
gemachtigden: mr. B.M.J.C. van Lee en mr. R.G. Riemersma, werkzaam bij Rechtshulp Noord te Leeuwarden,
en
de burgemeester van Leeuwarden, verweerder,
gemachtigden: mr. A. Sibma, E.R.M. Muller en T. Rijpma, allen werkzaam bij de gemeente Leeuwarden.
1. Aanduiding van de besluiten waarop de verzoeken betrekking hebben
De besluiten van verweerder van 23 december 2004 respectievelijk 24 december 2004, inhoudende sluiting van het perceel [adres] te [C] per 3 januari 2005 tot 3 juli 2005 in verband met geconstateerde verstoring van de openbare orde ten gevolge van feiten en omstandigheden verband houdende met verzoekers verblijf en/of het verblijf van anderen in dit perceel.
2. Datum van de zitting
De verzoeken zijn behandeld ter zitting van 31 december 2004. Verzoekers zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigden.
3. De voorzieningenrechter sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak
a. De beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening toe, in die zin dat de bestreden besluiten worden geschorst tot twee weken nadat de beslissingen op bezwaar op de voorgeschreven wijze zijn bekendgemaakt met dien verstande dat wanneer binnen die termijn opnieuw een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt gedaan, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;
- bepaalt dat de gemeente Leeuwarden het betaalde griffierecht ten bedrage van € 272,= aan verzoekers vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers ten bedrage van € 644,=, aan verzoekers te vergoeden door de gemeente Leeuwarden.
b. De gronden van de beslissing
Ingevolge art. 174a Gemeentewet kan de burgemeester besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord.
De voorzieningenrechter stelt in de eerste plaats vast dat bovengenoemde bevoegdheid onverbrekelijk samenhangt met de vraag of er sprake is van verstoring van de openbare orde. Bovendien gaat het hier om een ingrijpende bevoegdheid, waarmee het in art. 10 Grondwet Pro neergelegde grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer kan worden beperkt. Dit impliceert dat het sluiten van een woning wegens overlast alleen dan gerechtvaardigd kan worden geacht, als de overlast maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen en er geen andere, minder ingrijpende middelen zijn om de overlast in voldoende mate te kunnen bestrijden. De motivering van een dergelijk besluit moet blijk geven van een zorgvuldig onderzoek door verweerder en van voldoende verifieerbare feiten en omstandigheden die het besluit kunnen dragen.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de besluiten in de onderhavige gevallen onvoldoende zijn gemotiveerd. Er zijn onvoldoende bewijsstukken waaruit duidelijk en overtuigend blijkt dat de overlast verbonden kan worden met het pand van verzoekers. Er is onvoldoende schriftelijke informatie van de beheerder/eigenaar van het pand, te weten het WoonBedrijf te Leeuwarden, de politie of anderen, terwijl de informatie die wel is overgelegd te weinig concreet en voor een belangrijk deel niet recent is. Daarnaast is sprake van contra-indicaties in de zin van recente weekrapporten van de stadswacht alsmede verklaringen van medebewoners, waaruit kan worden afgeleid dat geen sprake is van overlast vanuit de woning van verzoekers. De besluiten zijn in die zin dan ook onzorgvuldig voorbereid.
De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat het besluit is strijd is met lid 4 van art. 174a Gemeentewet. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat in art. 174a Gemeentewet is opgenomen dat bij de bekendmaking van het besluit belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde wordt beëindigd. Ook in het beleid van verweerder is voorzien in een begunstigingstermijn zoals bedoeld in art. 174a Gemeentewet. In de onderhavige besluiten is geen begunstigingstermijn in deze zin opgenomen, zoals ter zitting namens verweerder is erkend. Voor zover namens verweerder is aangevoerd dat met de onderhavige besluiten is geanticipeerd op nieuw beleid, overweegt de voorzieningenrechter dat dit niet op kan gaan, nu sprake is van strijd met art. 174a Gemeentewet.
De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open staat.
De zitting wordt gesloten.
Waarvan proces-verbaal.
w.g. M.R. Molenaar, griffier
w.g. D.J. Keur, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden op: 3 januari 2005