ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3455
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging besluit goedkeuring boorplan Barradeel wegens ontvankelijkheid
De rechtbank Leeuwarden behandelde het beroep tegen het besluit van 27 september 2002 waarbij de minister van Economische Zaken goedkeuring verleende aan het boorplan voor een gedevieerde boring in het concessiegebied Barradeel. De actiegroep 'Laat het zout maar zitten', bestaande uit burgers en rechtspersonen, maakte bezwaar tegen dit besluit. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte niet de ontvankelijkheid van iedere bezwaarmaker afzonderlijk had beoordeeld, wat in strijd is met de artikelen 1:2 en 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor werd het besluit deels vernietigd en verklaarde de rechtbank de bezwaren van bepaalde personen alsnog niet-ontvankelijk.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat het boorplan betrekking heeft op het uitvoeren van een boring en het productiegereed maken van de boorput, en niet op de winning van zout zelf. De rechtbank concludeerde dat het besluit terecht geen milieu-effectrapportage (MER) verplicht stelde, aangezien de boring plaatsvindt op een bestaande locatie en geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht worden. Ook het argument dat het boorplan mer-plichtig zou zijn op grond van de Provinciale milieuverordening Fryslân werd verworpen.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van de eisers. Het beroep werd gegrond verklaard vanwege de formele onrechtmatigheid, maar inhoudelijk werd het besluit gehandhaafd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het boorplan wordt deels vernietigd vanwege een onjuiste ontvankelijkheidsbeoordeling, maar inhoudelijk gehandhaafd zonder MER-verplichting.