ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5122
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen voor voorschot WW-uitkering na onjuiste weigering
Verzoekster diende een bezwaarschrift in tegen het besluit van het UWV om haar geen WW-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het UWV ziekengeld ontving. Verzoekster stelde dat dit op een misverstand berustte. Ze vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij toch een voorschot op de WW-uitkering zou ontvangen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de afwijzing van het UWV niet juist was, omdat uit het dossier bleek dat de weigering van een ziektewetuitkering was gebaseerd op het feit dat verzoekster al 52 weken ziekengeld had ontvangen. Er was geen inhoudelijke onderbouwing voor de weigering van de WW-uitkering. Verzoekster verkeerde door de weigering in financiële moeilijkheden.
Gezien de omstandigheden en het ontbreken van tegenbewijs achtte de voorzieningenrechter de kans groot dat het bezwaar gegrond zou worden verklaard. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij het UWV voorschotten van €400 netto per maand moest betalen, met terugwerkende kracht vanaf 21 juli 2005. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De voorziening loopt door totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt, met mogelijkheid tot verlenging bij een nieuw verzoek. Deze uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het UWV is bevolen voorschotten van €400 netto per maand te betalen aan verzoekster wegens onjuiste weigering van de WW-uitkering.