ECLI:NL:RBLEE:2006:AU9608
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- J.W. Keuning
- F.J.H.L. Makkinga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering bospercelen voor WOZ-doeleinden en toepassing vrijstellingen
Eisers zijn eigenaren van drie bospercelen waarvan de waarde in het kader van de Wet WOZ is vastgesteld. Na bezwaar heeft de gemeente de waarde van twee bospercelen verlaagd, maar eisers betwisten of deze waardeverlaging terecht is en of de bospercelen buiten aanmerking moeten worden gelaten bij de waardebepaling op grond van vrijstellingsbepalingen in de Uitvoeringsregeling.
De rechtbank stelt vast dat de bospercelen in particulier beheer zijn en dat er geen duurzame, bedrijfsmatige exploitatie plaatsvindt gericht op winst. De activiteiten zijn vooral gericht op instandhouding van het bosbestand. Daarnaast voldoen de bospercelen niet aan de voorwaarden van artikel 2 lid 1 onder Pro c van de Uitvoeringsregeling, omdat zij niet worden beheerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend richt op behoud van natuurschoon.
Eisers voerden aan dat de vrijstelling discriminerend is en strijdig met het EVRM, omdat natuurlijke personen worden benadeeld ten opzichte van rechtspersonen. De rechtbank oordeelt echter dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de beperking tot rechtspersonen objectief en redelijk is gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bospercelen niet buiten aanmerking kunnen worden gelaten bij de WOZ-waardebepaling. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van de bospercelen.