ECLI:NL:RBLEE:2006:AV0796
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Keuning
- H.H.A. Fransen
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2002
Eiser betwist de wijze waarop de Belastingdienst twee eerdere voorlopige aanslagen (H20 en H21) heeft verrekend bij het vaststellen van twee nadere voorlopige aanslagen (H22 en H23) over het jaar 2002. De rechtbank stelt vast dat verweerder de aanslagen heeft verminderd na ontvangst van de aangifte over 2001 en dat deze verminderingen correct zijn verwerkt in de verrekening.
De rechtbank benadrukt dat bezwaar mogelijk is tegen voorlopige aanslagen op grond van artikel 23 AWR Pro, maar dat verminderingen die ambtshalve zijn opgelegd op grond van artikel 65 AWR Pro niet in rechte kunnen worden aangevochten. De rechtbank concludeert dat de verminderingen niet ter beoordeling staan en dat de verrekening volgens de geldende wettelijke bepalingen juist heeft plaatsgevonden.
Op basis van het feitenmateriaal, waaronder de correspondentie, de aanslaggegevens en het verhandelde ter zitting, oordeelt de rechtbank dat verweerder de aanslagen correct heeft verrekend. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verrekening van voorlopige aanslagen wordt ongegrond verklaard.