ECLI:NL:RBLEE:2006:AV5015
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontheffing rapen kievitseieren in Friesland
Stichting De Faunabescherming verzocht de voorzieningenrechter om de ontheffing voor het rapen van kievitseieren, verleend door het college van gedeputeerde staten van Fryslân (GS), bij voorlopige voorziening te schorsen. De ontheffing was gebaseerd op artikel 60 van Pro de Flora- en Faunawet en de Regeling zoeken, rapen en beschermen van kievitseieren, met diverse voorschriften waaronder een beperkte raapperiode tot 31 maart.
De voorzieningenrechter beoordeelde of de gewijzigde voorschriften voldeden aan de Vogelrichtlijn 79/409/EEG, met name het criterium van kleine hoeveelheden zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie en het ORNIS-comité. GS had een berekening laten maken waaruit bleek dat het rapen van maximaal 6.934 eieren binnen de 1%-grens van de totale jaarlijkse sterfte van de Friese kievitenpopulatie bleef.
De Faunabescherming voerde aan dat deze berekeningen onjuist waren en dat de kievitenpopulatie in Friesland achteruitging, wat volgens haar de ontheffing onrechtvaardigde. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de berekeningen van GS wetenschappelijk verantwoord waren en dat de aangevoerde rapporten van de Faunabescherming onvoldoende onderbouwd waren om dit te weerleggen. Ook de populatiegegevens van GS toonden stabiliteit aan.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat de ontheffing met de gestelde beperkingen voldoet aan de Vogelrichtlijn en dat het effect op de populatie binnen de toegestane grenzen blijft. Het verzoek om schorsing van de ontheffing werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de ontheffing voor het rapen van kievitseieren in Friesland wordt afgewezen.