ECLI:NL:RBLEE:2006:AV6941
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst motel wegens onvoorziene omstandigheden door beslag en procedure derde
In deze civiele zaak stond de ontbinding van een koopovereenkomst voor een motel centraal. Eiser stelde dat de verkoper tekort was geschoten omdat het motel aan een derde was verhuurd, wat niet was gemeld en in strijd was met contractuele bepalingen. De verkoper betwistte dit en stelde dat er geen huurovereenkomst was gesloten met de derde.
De rechtbank oordeelde dat uit een arrest van het gerechtshof bleek dat tussen de derde en verkoper geen huurovereenkomst tot stand was gekomen. Daardoor was het motel op de leveringsdatum vrij van huur en waren er geen verplichtingen uit hoofde van voorkeursrechten. Ook was er geen plicht tot melding van vermeende huuraanspraken, omdat deze niet bestonden.
Subsidiair stelde eiser dwaling en bedrog, maar dit werd verworpen omdat de essentiële eigenschap van het motel niet ontbrak en er geen onjuiste mededelingen waren gedaan. De rechtbank ging vervolgens in op de onvoorziene omstandigheden: het beslag en de procedure van de derde waren niet voorzien bij het sluiten van de koopovereenkomst. Dit leidde tot onzekerheid en schade voor eiser, waardoor ontbinding met terugwerkende kracht gerechtvaardigd was.
De rechtbank wees de vorderingen tot schadevergoeding en boete af omdat de ontbinding op onvoorziene omstandigheden was gebaseerd. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De koopovereenkomst van het motel wordt met terugwerkende kracht ontbonden wegens onvoorziene omstandigheden veroorzaakt door beslag en procedure van een derde.