ECLI:NL:RBLEE:2006:AX4633
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering vordering bij voordeel uit sparen en beleggen in belastingaanslag
Eiseres had in haar belastingaangifte een vordering van €75.000 als bezitting opgegeven bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen. Deze vordering betrof een belegging bij een persoon (B) die later verdacht werd van miljoenenfraude en failliet werd verklaard. Eiseres stelde dat de vordering per 31 december 2004 geen waarde had en dus op nihil moest worden gewaardeerd.
De rechtbank stelde vast dat op de peildatum 31 december 2004 noch eiseres noch andere beleggers op de hoogte waren van de frauduleuze feiten of de oninbaarheid van de vordering. De waardering van de vordering moet plaatsvinden naar de toestand op die datum, waarbij latere feiten slechts ter verduidelijking kunnen dienen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de vordering per 31 december 2004 minder waard was dan de nominale waarde. De aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd daarom gehandhaafd en het beroep van eiseres ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.