ECLI:NL:RBLEE:2006:AY9193
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- E. de Witt
- M.A. Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning en vrijstellingsbesluit
Verzoekers dienden een verzoek in tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning en vrijstelling die door het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland waren verleend voor de uitbreiding van een woning. De uitbreiding betrof het plaatsen van een kap op de garage met een overloop en slaapkamer/werkkamer.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vrijstelling was voorbereid volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor eerst bezwaar had moeten worden gemaakt alvorens beroep mogelijk was. Verzoekers hadden geen zienswijze ingediend tijdens de inspraakperiode, wat hen redelijkerwijs kan worden verweten omdat zij op vakantie waren. Hierdoor werden zij niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaar tegen de vrijstelling.
Ten aanzien van de bouwvergunning oordeelde de voorzieningenrechter dat het bouwplan terecht was aangemerkt als uitbreiding van een bijgebouw en niet in strijd was met het bestemmingsplan. De welstandscommissie had een positief advies gegeven en er waren geen weigeringsgronden op grond van de Woningwet. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning en vrijstelling wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en gegrondheid bouwvergunning.