ECLI:NL:RBLEE:2006:BA8337
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling premies volksverzekeringen voor werkzaamheden in Kazachstan zonder buitenlandse werkgever
Eiser was in 2003 in dienst bij een Nederlandse werkgever, [X] B.V., en verrichtte van februari tot en met december 2003 werkzaamheden in Kazachstan. Gelijktijdig had hij een onderliggende arbeidsovereenkomst met een buitenlandse vennootschap, [Y] B.V. Eiser vorderde vrijstelling van premies volksverzekeringen over deze periode, stellende dat hij mede een arbeidsovereenkomst met een buitenlandse werkgever had.
De rechtbank beoordeelde of de onderliggende arbeidsovereenkomst voldoende zelfstandige betekenis had om [Y] B.V. als buitenlandse werkgever aan te merken. Uit de bepalingen van de bovenliggende arbeidsovereenkomst bleek dat de onderliggende overeenkomst slechts administratief-technische redenen diende en dat de bovenliggende overeenkomst steeds prevaleert. Ook kon eiser geen rechten ontlenen aan de onderliggende overeenkomst.
De rechtbank concludeerde dat artikel 12 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking verzekerden volksverzekeringen 1999 van toepassing was en dat eiser niet was uitgesloten van verzekering voor de volksverzekeringen. De aanslag premies volksverzekeringen was derhalve terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag premies volksverzekeringen.