ECLI:NL:RBLEE:2007:BA6710
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever bij arbeidsongeval aan boord van zeeschip
Op 4 oktober 2005 ontstond aan boord van het motorschip Thalassa een gasbrand door een reactie tussen zinc secundaries en water, waarbij de matroos [eiser] gewond raakte door een explosie. De matroos vorderde aansprakelijkheid van zijn werkgever, Thalassa B.V., op grond van diverse wettelijke bepalingen. De werkgever betwistte aansprakelijkheid, onder meer omdat zij niet op de hoogte was van de gevaarlijke lading en stelde dat de bevrachter aansprakelijk is.
De kantonrechter oordeelde dat de artikelen 6:173 en 6:175 BW niet van toepassing zijn, omdat Thalassa slechts houder was van de lading en het vervoer van gevaarlijke stoffen aan boord van zeeschepen onder bijzondere regels valt. Wel is artikel 7:658 BW Pro, dat de zorgplicht van de werkgever regelt, van toepassing op arbeidsongevallen aan boord van zeeschepen. De werkgever is aansprakelijk tenzij zij kan aantonen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
De kantonrechter stelde de zaak aan met het oog op een nader te verwachten uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart, die het ongeval onderzocht. Tot die tijd werd iedere verdere beslissing aangehouden. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van voorschotten op immateriële en materiële schadevergoeding en de kosten.
De uitspraak benadrukt dat werknemers aan boord van zeeschepen dezelfde bescherming genieten als werknemers op de wal en dat de zorgplicht van de werkgever ook in deze context geldt. De zaak illustreert de toepassing van civielrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen in de maritieme sector.
Uitkomst: Thalassa is aansprakelijk voor de schade van de matroos als gevolg van het arbeidsongeval en veroordeeld tot betaling van voorschotten op schadevergoeding.