ECLI:NL:HR:2002:AD9124
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid werkgever voor schade kapitein bij ongeval op schip
De zaak betreft een vordering van een kapitein, werkzaam op het baggervaartuig Johanna Hendrika, tegen zijn werkgever De Branding wegens een ongeval op 4 september 1990 in de haven van Le Havre. De kapitein raakte gewond doordat zijn been verstrikt raakte in een tros die door een tweede machinist, in strijd met instructies, was losgegooid.
De kapitein vorderde smartengeld en bijkomende kosten van De Branding. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van aansprakelijkheid, waarna het hof Amsterdam dit vonnis bekrachtigde. Het hof oordeelde dat de kapitein eigen schuld had omdat hij onvoldoende toezicht hield en zelf in een gevaarlijke positie stond.
In cassatie stelde de Hoge Raad dat het hof onjuist had geoordeeld over de toepassing van de eigen schuld-regel, omdat fouten van de kapitein als ingeleende arbeidskracht in beginsel aan de werkgever toerekenbaar zijn, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukte de bijzondere regeling omtrent aansprakelijkheid in de arbeidsrelatie en de noodzaak van een juiste motivering bij toepassing van eigen schuld. De kosten van het cassatiegeding werden aan De Branding opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.