ECLI:NL:RBLEE:2007:BB3629
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie en nihilbeding bij echtscheiding onder huwelijkse voorwaarden
De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van partneralimentatie van €5.000 bruto per maand na echtscheiding. De man verweerde zich met het verweer dat de vrouw middels een brief van 15 mei 2006 afstand had gedaan van haar recht op partneralimentatie, een zogenaamd nihilbeding volgens artikel 1:158 BW Pro.
De rechtbank onderzocht of deze afstandsverklaring rechtsgeldig was en oordeelde dat de verklaring van de vrouw, waarin zij afstand deed van financiële aanspraken, uitsluitend betrekking had op de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en niet op partneralimentatie. De vrouw was tijdens het opstellen van de verklaring psychisch niet in staat haar wil te bepalen, wat haar verweer op grond van artikel 3:44 lid 4 BW Pro ondersteunt.
Verder was er geen overleg over afstand van alimentatie en mocht de man niet gerechtvaardigd vertrouwen op afstand van alimentatie. De rechtbank concludeerde dat geen nihilbeding tot stand was gekomen en dat de partneralimentatie inhoudelijk beoordeeld moet worden. Beide partijen werden opgedragen financiële gegevens te overleggen ter onderbouwing van hun standpunten. De zaak werd aangehouden met mogelijkheid tot hoger beroep tegen deze tussenbeschikking.
Uitkomst: Geen nihilbeding, partneralimentatie wordt inhoudelijk beoordeeld en zaak aangehouden voor nadere onderbouwing.