ECLI:NL:RBLEE:2007:BB3977
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. Schulting
- Rechtspraak.nl
Geen verrekening huurschulden na schuldsaneringsuitspraak
De rechtbank Leeuwarden behandelde een geschil tussen de bewindvoerder van een schuldsaneringsregeling en Troostwijk Waardering en Advies B.V. over de verrekening van huurschulden die door de verhuurder aan een derde waren overgedragen. De kern van het geschil betrof de vraag of de huurschulden die na de definitieve schuldsaneringsuitspraak waren ontstaan, verrekend konden worden met de vorderingen van de bewindvoerder.
De feiten betroffen een huurovereenkomst van bedrijfsruimte die voortduurde ondanks de schuldsanering van de huurder. De verhuurder had zijn vordering op de huurder overgedragen aan Troostwijk, die vervolgens een beroep deed op verrekening met de huurpenningen die zij aan de bewindvoerder verschuldigd was. De bewindvoerder stelde dat de vorderingen die na de schuldsaneringsuitspraak waren ontstaan, niet voor verrekening in aanmerking kwamen.
De rechtbank oordeelde dat niet de aard van de vorderingen bepalend is, maar het moment van overname van de schulden. Omdat de vordering van Troostwijk na de schuldsaneringsuitspraak was overgenomen, kon deze niet worden verrekend met de vordering van de bewindvoerder. Daarnaast stelde de rechtbank dat de huurschulden die na de schuldsaneringsuitspraak waren ontstaan, voor rekening van de boedel kwamen omdat de boedel bij de voortzetting van de huurovereenkomst was gebaat.
De rechtbank wees de vordering van Troostwijk tot verrekening af, maar kende haar wel betaling toe van de huurpenningen over de periode vanaf 4 juli 2006 tot en met 28 februari 2007. De bewindvoerder werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan Troostwijk, en Troostwijk werd veroordeeld tot betaling aan de bewindvoerder van een lager bedrag, met rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verrekening af en veroordeelt partijen tot betaling van respectievelijk € 10.790,32 en € 15.405,12 met rente en kosten.