ECLI:NL:RBLEE:2007:BB9607
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering heffingsrente wegens niet opleggen nadere voorlopige aanslag na schattingsformulier
Verweerder legde aan eiser een definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2004 op, waarbij € 717 aan heffingsrente werd berekend. Eiser had echter op 11 oktober 2004 een schattingsformulier ingediend met een lager geschat inkomen, waarmee hij verwachtte dat verweerder een nadere voorlopige aanslag zou opleggen. De rechtbank stelde vast dat verweerder dit niet had gedaan, terwijl het beleid voorschrijft dat binnen drie maanden na een duidelijk verzoek een nadere voorlopige aanslag moet worden vastgesteld.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat eiser het lagere bedrag aan ingehouden loonheffing had ingevuld vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in 2004. Verweerder kon dit niet weerleggen. Omdat verweerder het proces van aanslagregeling zo had ingericht dat de relevante gegevens niet volledig werden verwerkt, kwam dit voor zijn risico. De rechtbank vond het redelijk om de heffingsrente te verminderen tot nihil, gezien de korte periode waarin rente in rekening zou kunnen worden gebracht.
Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de beschikking tot heffingsrente werden vernietigd, en het door eiser betaalde griffierecht werd vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen kosten waren gesteld die voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Uitkomst: De heffingsrente van € 717 werd vernietigd en verminderd tot nihil wegens het niet opleggen van een nadere voorlopige aanslag na ontvangst van het schattingsformulier.