ECLI:NL:RBLEE:2007:BC0688
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bewindvoerder tot stellen termijn aan separatisten na schuldsanering en faillissement
De Bank of Scotland had een geldlening verstrekt met hypotheek op de woning van de schuldenaar. Na opzegging van de lening en een voorgenomen executoriale verkoop, verleende de schuldenaar medewerking aan een onderhandse verkoop. De bewindvoerder stelde de Bank of Scotland een termijn van twee maanden om haar rechten als separatist uit te oefenen.
De schuldsaneringsregeling werd tussentijds beëindigd en de schuldenaar werd failliet verklaard, waarna de curator de procedure voortzette. De Bank of Scotland stelde dat de bewindvoerder niet meer als procespartij bestond en dat de procedure niet rechtsgeldig kon worden voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat de procedure rechtsgeldig kon worden voortgezet door de curator, dat de bewindvoerder bevoegd was de termijn te stellen, en dat de Bank of Scotland haar positie als separatist had verloren door niet tijdig haar rechten uit te oefenen of verlenging te verzoeken. De rechtbank wees het beroep op misbruik van bevoegdheid af en stelde dat medewerking aan onderhandse verkoop discretionair was.
De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de bewindvoerder bevoegd was de termijn te stellen en dat de Bank of Scotland haar positie als separatist verloor door niet tijdig haar rechten uit te oefenen.