ECLI:NL:RBLEE:2007:BG4145
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waardering van vordering op frauduleuze geldlening in inkomstenbelasting
Eiser had in mei 2004 een geldlening van € 50.000 verstrekt aan [A], die hoge rendementen beloofde en garanties gaf. Uit onderzoek bleek dat [A] de gelden niet belegde maar gebruikte om eerdere inleggers uit te betalen, wat leidde tot een faillissement in 2005 en strafrechtelijke veroordeling.
De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen op voor 2004 en 2005, waarbij de vordering van eiser werd gewaardeerd tegen nominale waarde. Eiser stelde dat de waarde van zijn vordering op de waardepeildata nihil was vanwege de frauduleuze situatie.
De rechtbank oordeelde dat de werkelijke toestand op de waardepeildata bepalend is voor de waardering, ook al was de faillietverklaring toen nog niet bekend. Aangezien bekend was dat [A] de gelden niet belegde maar rondpompte, moest de vordering nihil worden gewaardeerd.
De navorderingsaanslag 2004 werd vernietigd en de aanslag 2005 verminderd. De rechtbank wees proceskosten af en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag 2004 en vermindert de aanslag 2005 door de vordering nihil te waarderen.