ECLI:NL:RBLEE:2008:BD1716
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag en boete wegens ontbreken kwade trouw belastingplichtige
Eiser, een gepensioneerde voormalig ondernemer, had een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule die in 2002 afliep. De uitkering hiervan werd niet opgenomen in zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2002. De Belastingdienst legde daarop een navorderingsaanslag en een boete op wegens het niet aangeven van deze uitkering. Eiser had de aangifte laten verzorgen door een langdurig vertrouwde accountant en had de brief van de verzekeraar over de uitkering naar deze accountant gefaxt.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de uitkering niet in de aangifte was opgenomen, niet is komen vast te staan dat eiser opzettelijk of te kwader trouw de juiste informatie heeft onthouden. Het ontbreken van controle op de accountant kan niet worden aangemerkt als bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat de accountant de taak zou verzaken. De Belastingdienst kon de navordering alleen baseren op kwade trouw, die niet is bewezen.
Daarom vernietigt de rechtbank zowel de navorderingsaanslag als de boetebeschikking. Tevens veroordeelt zij de Belastingdienst in de proceskosten van eiser en gelast zij vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter P. van der Wal op 7 mei 2008 in Leeuwarden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd wegens ontbreken van kwade trouw van eiser.