ECLI:NL:RBLEE:2008:BD1777
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid wegens ontbreken ernstig verwijt bij onbetaald blijven vordering
In deze zaak staat de vraag centraal of [x], als bestuurder van de vennootschap Tegelhandel [a] BV, onrechtmatig heeft gehandeld jegens [a] door onzorgvuldig bestuur dat heeft geleid tot het onbetaald blijven van diens vordering.
De rechtbank stelt dat bestuurdersaansprakelijkheid jegens schuldeisers alleen kan worden aangenomen indien sprake is van een ernstig verwijtbaar handelen, waarbij de bestuurder wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden.
Uit de feiten blijkt dat [x] conform afspraken met de Rabobank handelde en dat er geen sprake was van bewuste bevoordeling of belemmering van de verhaalsmogelijkheden van [a]. Ook de financiële verslechtering in 2004 werd door de rechtbank niet toegerekend aan onzorgvuldig bestuur van [x]. Diverse door [a] aangevoerde stellingen, zoals te lage waardering van voorraden en onrechtmatige onttrekking van eigendommen, werden onvoldoende onderbouwd bevonden.
De rechtbank concludeert dat het ernstig verwijtbaar handelen van [x] niet is komen vast te staan en wijst de vordering van [a] af. [a] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid wordt afgewezen wegens ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen.