ECLI:NL:RBLEE:2008:BG4162
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing van lijfrente-uitkeringen uit testament onder bewind
Eiseres ontving lijfrente-uitkeringen uit het testament van haar overleden tante, waarbij vijf stichtingen erfgenaam waren onder de last om deze uitkeringen aan haar te betalen. De vraag was of deze uitkeringen moesten worden belast als inkomsten uit werk en woning (periodieke uitkeringen) of als inkomsten uit sparen en beleggen.
Eiseres stelde dat de uitkeringen niet in rechte vorderbaar zijn omdat zij deze als lastbevoordeelde ontving en dat er sprake was van een tegenprestatie, zoals het onderhoud van graven of eerdere zorg. Verweerder betoogde dat de uitkeringen wel in rechte vorderbaar zijn en geen tegenprestatie vormen, en dat er geen sprake is van een trustachtige situatie.
De rechtbank oordeelde dat de lijfrente-uitkeringen een 'derden bevoordelende last' zijn en daarmee in rechte vorderbaar. De beoordeling van het bestaan van een tegenprestatie moet vanuit het standpunt van de schuldenaar plaatsvinden, waarbij de stellingen van eiseres niet relevant zijn. Verder is het onder bewind stellen van vermogen niet gelijk aan het onderbrengen bij bepaalde personen, zodat geen tegenprestatie bestaat.
Daarom zijn de uitkeringen belast als periodieke uitkeringen onder het inkomen uit werk en woning en zijn de beroepen van eiseres ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard en de lijfrente-uitkeringen worden belast als inkomen uit werk en woning.