ECLI:NL:RBLEE:2008:BI0679
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.M. van der Doef
- C.H. de Groot
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
De gemeente Opsterland had aan eiser een bijstandsuitkering toegekend op grond van de WWB en het BBZ, waarbij eiser als alleenstaande werd beschouwd. Na onderzoek door sociaal-rechercheurs bleek dat eiser en een ander persoon een gezamenlijke huishouding voerden in één woonwagen, wat gevolgen had voor de hoogte van de uitkering. Verweerder herzag het besluit, trok de uitkering in vanaf augustus 2006 en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug, alsmede een boete wegens het niet melden van de wijziging.
Eiser betwistte de terugvordering en boete, stellende dat de gemeente op de hoogte was van de woonsituatie en dat het voor hem niet duidelijk was dat de wijziging relevant was. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden. Echter, de rechtbank oordeelde dat de gemeente het recht op bijstand had kunnen vaststellen op basis van de juiste norm en dat de volledige terugvordering onterecht was.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de intrekking en terugvordering van de bijstand betrof en bepaalde dat alleen het verschil tussen de ontvangen uitkering en de norm voor samenwonenden teruggevorderd mocht worden. Ook werd het boetebedrag vernietigd wegens onduidelijkheid over het benadelingsbedrag. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en de proceskosten van eiser te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de volledige terugvordering en boete en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij alleen het verschil in bijstand wordt teruggevorderd.