ECLI:NL:CRVB:2012:BV7901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand op grond van Bbz 2004 bij gezamenlijke huishouding
Appellant ontving algemene bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) terwijl hij een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene die bijstand ontving op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland trok de bijstand in en vorderde kosten terug over de periode van 23 augustus 2006 tot 18 april 2007, met een boete.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het College, omdat het College niet bevoegd was de uitkering volledig in te trekken en terug te vorderen zonder juiste vaststelling van het recht op bijstand. Het College nam daarop een nieuw besluit waarin het terugvorderingsbedrag werd herzien en de boete werd ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit niet-ontvankelijk en bepaalde zelf het terugvorderingsbedrag, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat het College een te ruime periode en onjuiste terugvordering hanteerde. De Raad draagt het College op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste periode en terugvorderingsregels, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen boekjaar 2006 en 2007 en alleen netto bedragen worden teruggevorderd tot maximaal het betaalde bedrag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt het College op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met correcte terugvordering van bijstand.