ECLI:NL:RBLEE:2009:BH2486
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bank tot verrekening van vorderingen en creditstanden na faillissement Bijlsma Lemmer
Bijlsma Lemmer, onderdeel van de Bijlsma groep, werd gefinancierd door de bank onder een Compte Joint en Mede-aansprakelijkheidsovereenkomst (CJMO) met hoofdelijke aansprakelijkheid en pandrechten. Na financiële problemen zegde de bank de kredietrelatie op en werd Bijlsma Lemmer failliet verklaard op 11 maart 2004.
De curator, Rotshuizen q.q., stelde dat de bank onrechtmatig had verrekend met het creditsaldo op de faillissementsdatum en met bedragen die na faillissement op de rekening waren bijgeschreven. Hij voerde aan dat de bank haar zekerheden had prijsgegeven bij opzegging, dat hoofdelijke schuld geen zelfstandige schuld was, en dat verrekening in strijd was met de Faillissementswet en zorgplicht.
De bank betwistte deze stellingen en voerde aan dat zij haar zekerheidsrechten niet had prijsgegeven, dat hoofdelijke schulden zelfstandige schulden zijn, en dat verrekening op grond van pandrechten en de CJMO was toegestaan. De rechtbank oordeelde dat de bank bevoegd was tot verrekening op grond van art. 53 Fw Pro en dat art. 54 Fw Pro niet van toepassing was. Ook de verrekening van na-faillissementsboekingen was geoorloofd. De curator faalde in het onderbouwen van misbruik van recht of zorgplicht door de bank.
De vorderingen van de curator werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bank bevoegd was tot verrekening en wijst de vorderingen van de curator af.