ECLI:NL:RBLEE:2009:BK2022
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid voorzieningenrechter bij arbitragebeding en spoedeisend belang bij geldvordering
KSD vordert in kort geding betaling van een openstaande factuur van ruim €238.000 van Hebo, voortvloeiend uit asfalteringswerkzaamheden. Hebo voert aan dat partijen een arbitragebeding hebben en dat de voorzieningenrechter zich daarom onbevoegd moet verklaren. Daarnaast betwist Hebo het spoedeisend belang en de hoogte van de vordering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks het arbitragebeding, de zaak niet zonder meer naar arbitrage hoeft en dat de voorzieningenrechter zich bevoegd verklaart. De kern van het geschil betreft de vraag of de facturen terecht zijn en of KSD recht heeft op spoedeisende betaling.
De voorzieningenrechter stelt dat KSD onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een spoedeisend belang bij betaling. Er zijn geen concrete feiten die snelle betaling noodzakelijk maken en de vordering wordt door Hebo betwist. Daarom wijst de voorzieningenrechter de vordering af en veroordeelt KSD in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering af wegens onvoldoende spoedeisend belang en veroordeelt KSD in de proceskosten.