Motivering
Feiten
Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:
1.1 Eiseres, opgericht op [datum] 1992, is statutair gevestigd te [vestigingsplaats]. Haar boekjaar loopt van 1 april tot en met 31 maart.
1.2 Eiseres is moedervennootschap van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Haar (klein)dochtermaatschappijen houden zich in Nederland bezig met de exploitatie van telefoonwinkels en met andere diensten op het gebied van telecommunicatie.
1.3 Sinds 1998 worden alle aandelen van eiseres gehouden door [houdstervennootschap], een Nederlandse houdstervennootschap die tevens de aandelen houdt in een aantal andere Europese werkmaatschappijen. [houdstervennootschap] is een middellijke dochtervennootschap van de in [buitenland] gevestigde en daar ter beurze genoteerde [Public limited company] (hierna: [Plc]). De activiteiten van [Plc] bestaan uit houdsteractiviteiten en financieringsactiviteiten voor het hele concern.
1.4 [Plc] heeft zich ten doel gesteld om de grootste retailer op het gebied van mobiele telefonie van Europa te worden. Daartoe zijn, onder andere door eiseres, acquisities gepleegd. In 2000 heeft eiseres een 100% belang verworven in [dochtervennootschap], een vennootschap die door middel van haar dochtermaatschappijen een keten van telefoonwinkels exploiteert.
1.5 De acquisitie van [dochtervennootschap] en de overige bedrijfsactiviteiten van eiseres zijn vanaf het moment dat [Plc] middellijk aandeelhouder van eiseres is geworden gefinancierd met door [Plc] verstrekte leningen. Dit gebeurt in de vorm van een "roll-over" kredietfaciliteit. De faciliteit wordt steeds voor een bepaalde tijd aangegaan, waarbij eiseres na afloop van de periode is gehouden de lening af te lossen, dan wel te verlengen voor een bepaalde vastgestelde periode. [Plc] heeft daartoe met eiseres overeenkomsten van geldlening gesloten, in de vorm van een zogenaamde "Revolving credit agreement". Het rentepercentage en de termijn van lening werd door [Plc] periodiek aan eiseres meegedeeld.
1.6 Tot 31 maart 2002 werd door [Plc] aan eiseres rente in rekening gebracht over alle bij punt 1.5 bedoelde leningen. Met ingang van 31 maart 2002 is een deel van de bij [Plc] opgenomen leningen ten bedrage van € 14.000.000 gewijzigd van een rentedragende in een renteloze lening.
1.7 Het bij punt 1.6 bedoelde renteloze deel van de lening (hierna: renteloze lening) had betrekking op dat gedeelte van de totale lening dat door eiseres niet bij een derde zou kunnen worden verkregen. Eiseres was daardoor enkel rente verschuldigd over het leningdeel dat door haar zelfstandig zou kunnen worden opgenomen bij een bank en waarvan zij op grond van haar resultaten in staat was de rente te voldoen.
1.8 Tot de stukken van het geding behoort een afschrift van een "Revolving credit agreement". Partijen hebben ter zitting verklaard dat de leningovereenkomst tussen eiseres en [Plc] met betrekking tot de renteloze lening geheel overeenkomt met deze bijgevoegde "Revolving credit agreement", met uitzondering van de bepalingen over de verschuldigde rente zoals vermeld bij onderdeel 6. Blijkens onderdeel 17 van deze overeenkomst is de lening achtergesteld ten opzichte van alle andere crediteuren.
1.9 De renteloze lening ad € 14.000.000 is aan het einde van het boekjaar 2003/2004 door eiseres geheel afgelost.
1.10 De aangifte Vpb 2003, gebaseerd op de gegevens van het boekjaar 2003/2004, is bij verweerder binnengekomen op 13 juli 2005. De belastbare winst bedraagt volgens deze aangifte € 29.954. Na verrekening van verliezen uit voorgaande jaren bedraagt het aangegeven belastbaar bedrag nihil.
1.11 In de bij punt 1.10 vermelde aangifte is bij het onderdeel "kosten van schulden aan aandeelhouders" een totaal bedrag van € 824.291 vermeld, waarvan € 457.983 betrekking heeft op de renteloze lening.
1.12 Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder de aangegeven belastbare winst verhoogd met de bij punt 1.11 vermelde kosten van schulden met betrekking tot de renteloze lening.
1.13 Verweerder heeft eiseres met dagtekening 10 maart 2007 een aanslag opgelegd naar een belastbare winst van € 487.937.
1.14 Op het bij punt 1.13 vermelde aanslagbiljet is tevens een beschikking verrekening verlies opgenomen. In deze beschikking staat vermeld dat verliezen uit voorafgaande jaren zijn verrekend tot een bedrag van € 487.937. Daarnaast is op het aanslagbiljet meegedeeld dat het totaalbedrag van nog te verrekenen verliezen € 4.333.386 bedraagt.
1.15 Eiseres heeft in haar brief van 30 maart 2007 bezwaar gemaakt tegen de bij punt 1.13 vermelde aanslag en de bij punt 1.15 vermelde mededeling over de nog te verrekenen verliezen. Gemachtigde van eiseres heeft tijdens de bezwaarfase aangegeven af te zien van de mogelijkheid om te worden gehoord.