ECLI:NL:RBLEE:2010:BL7144
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie verstekvonnis wegens tijdig verzet en daad van bekendheid
In deze zaak vordert eiser schorsing van de executie van een verstekvonnis dat hem veroordeelde tot betaling aan gedaagde. Het verstekvonnis was niet persoonlijk aan eiser betekend, maar aan zijn echtgenote. Eiser betwist dat hij tijdig van het vonnis op de hoogte was en stelt dat hij pas na een brief van de notaris over een voorgenomen openbare verkoop van zijn woning bekend werd met het vonnis. Gedaagde stelt dat eiser reeds in november en december 2009 voldoende bekend was met het vonnis, gezien e-mails en telefoonnotities.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser waarschijnlijk wel contact heeft gehad met de deurwaarder, maar dat uit de communicatie niet ondubbelzinnig blijkt dat eiser voldoende bekend was met de inhoud van het vonnis om zich tijdig te verzetten. Pas rond 12 januari 2010 is eiser naar het oordeel van de rechter voldoende geïnformeerd geraakt. Omdat eiser op 3 februari 2010 in verzet is gekomen, is dit binnen de wettelijke termijn van vier weken. Daarom acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de bodemrechter het verzet ontvankelijk zal verklaren.
Gelet hierop wordt de executie van het verstekvonnis geschorst tot het eindvonnis in de verzetprocedure, en wordt gedaagde verboden executiemaatregelen te treffen gedurende deze periode. Dit verbod wordt versterkt met een dwangsom. Tevens worden de kosten van het geding aan gedaagde opgelegd. De gevorderde uitvoerbaarverklaring op de minuut en op alle dagen en uren worden afgewezen.
Uitkomst: De executie van het verstekvonnis wordt geschorst en gedaagde wordt verboden executiemaatregelen te treffen gedurende de verzetprocedure.