ECLI:NL:RBLEE:2010:BL9720
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H. Severein
- H. Mol
- F. Kleefmann
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wederrechtelijk opzet bij toe-eigening nalatenschapsgoederen
De rechtbank Leeuwarden behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van diefstal en verduistering van goederen uit de nalatenschap van de overleden [naam 3]. Verdachte zou samen met haar echtgenoot in de periode juni 2006 tot februari 2007 diverse roerende goederen uit de woning van de overledene hebben weggenomen en verdeeld onder erfgenamen en zichzelf.
De officier van justitie vorderde een veroordeling voor diefstal met een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging voerde aan dat verdachte handelde in overeenstemming met de mondelinge wens van de erflater, die bepaalde goederen aan bepaalde personen wilde toekennen, en dat verdachte zich niet bewust was van het wederrechtelijke karakter van haar handelen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte goederen had voorzien van stickers met namen van begunstigden volgens de wens van de erflater en dat deze goederen aan die personen waren overgedragen. Er was geen bewijs dat verdachte opzet had gericht op wederrechtelijkheid. De rechtbank achtte de verklaring van verdachte aannemelijk en wees op de algemene ervaring dat erflater wensen kan uitspreken zonder deze in testament vast te leggen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van diefstal en verduistering wegens ontbreken van wederrechtelijk opzet. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard in de vervolging, maar het ten laste gelegde werd niet bewezen geacht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal en verduistering wegens ontbreken van wederrechtelijk opzet.