ECLI:NL:RBLEE:2010:BO1254
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslag provisie-inkomsten tussenpersoon piramidefraude
Belanghebbende en zijn echtgenote waren betrokken bij een strafrechtelijk onderzoek naar een piramidefraude waarbij zij als tussenpersonen fungeerden. De inspecteur legde belanghebbende een navorderingsaanslag op omdat hij provisie-inkomsten niet had aangegeven.
De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende recht had op en daadwerkelijk provisie ontving, hetzij contant, hetzij via vorderingen op de hoofdverdachte. Het door belanghebbende overgelegde overzicht ter onderbouwing van het tegendeel werd door de rechtbank verworpen wegens gebrek aan geloofwaardigheid en bewijs.
De rechtbank concludeert dat belanghebbende bewust en willens deze inkomsten heeft verzwegen, waardoor de bewijslast omkeert. De inspecteur heeft een redelijke schatting gemaakt van de navorderingsaanslag. Het beroep van belanghebbende wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard wegens het bewust verzwegen van provisie-inkomsten.