ECLI:NL:HR:2009:BG7749
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak stond het beroep in cassatie van een verdachte centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was ten tijde van de betekening gedetineerd en werd vertegenwoordigd door een raadsman die geen verzoek tot aanvulling van processtukken binnen de gestelde termijn had ingediend.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een dergelijk verzoek betekent dat de klacht over onvolledige processtukken niet tot cassatie kan leiden. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidde ertoe dat de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren vernietigde en verminderde tot vier jaren en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof grotendeels in stand liet.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van vijf jaar naar vier jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.