ECLI:NL:RBLEE:2010:BO7284
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling omzetbelasting voor pensioenfonds bij collectief vermogensbeheer
Belanghebbende, een pensioenfonds, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de inspecteur over de periode 2003-2005 wegens het niet voldoen van omzetbelasting over vergoedingen aan een Amerikaanse vermogensbeheerder.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel i, ten derde, van de Wet OB 1968 van toepassing was op deze diensten. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat deze vrijstelling wel van toepassing was, terwijl de inspecteur dit ontkende.
De rechtbank overwoog dat de vrijstelling bedoeld is voor het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen bijeengebrachte vermogens en dat pensioenfondsen een andere situatie vormen. Pensioengerechtigden hebben geen zeggenschap over het belegde vermogen en kunnen niet kiezen voor deelname in een beleggingsfonds, in tegenstelling tot beleggers in beleggingsfondsen.
De rechtbank concludeerde dat de vrijstelling niet van toepassing is op het vermogensbeheer door pensioenfondsen zoals in deze zaak en verklaarde het beroep ongegrond. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd en hoeft niet te worden verminderd.
Tenslotte wees de rechtbank af om proceskosten toe te wijzen en wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep van het pensioenfonds tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.