ECLI:NL:RBLEE:2010:BP0798
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens plichtsverzuim na seksuele relatie leraar met minderjarige leerling
De leraar was werkzaam bij een school en had een seksuele relatie met een minderjarige leerling in de periode mei tot juni 2003. Hij werd strafrechtelijk veroordeeld, maar het vonnis was nog niet onherroepelijk. Het bestuur beëindigde zijn dienstverband wegens plichtsverzuim, primair gebaseerd op de seksuele relatie en het niet melden daarvan.
De rechtbank oordeelde dat de weergave van verklaringen in het strafvonnis voldoende bewijs leverde voor het aannemen van plichtsverzuim, ook al was het strafvonnis nog niet onherroepelijk. De seksuele relatie met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige leerling en het niet melden daarvan vormden een ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank vond het ontslag niet disproportioneel en wees het beroep van de leraar af. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De leraar had tijdig beroep ingesteld en het bestuur handhaafde het ontslagbesluit. De zaak werd behandeld zonder aanwezigheid van de eiser en zijn gemachtigde.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.