ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ3207
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door valse beschuldigingen leerlinge jegens docent en aansprakelijkheid ouders
De zaak betreft een civiele procedure waarin eiseres, docent en teamleider op een school, vordert dat gedaagde leerlinge en haar ouders worden veroordeeld wegens onrechtmatige daad. De leerlinge had eiseres beschuldigd van seksueel misbruik, wat door diverse onderzoeken niet is bevestigd. De rechtbank stelt vast dat er geen feiten zijn die de beschuldigingen ondersteunen en dat de leerlinge onrechtmatig heeft gehandeld door deze ongefundeerde aantijgingen.
De ouders van de leerlinge worden niet aansprakelijk gehouden omdat zij pas later op de hoogte waren van de beschuldigingen en adequaat hebben gehandeld door melding te maken bij politie en vertrouwensinspecteur. Eiseres heeft door de beschuldigingen ernstige psychische schade geleden, waaronder arbeidsongeschiktheid, wat voldoende is onderbouwd met medische verklaringen.
De rechtbank kent een immateriële schadevergoeding van EUR 10.000 toe aan eiseres en legt een gebod op aan de leerlinge om verdere beschuldigingen te staken, met een dwangsom bij overtreding. De overige vorderingen, zoals materiële schadevergoeding en excuses, worden afgewezen. De proceskosten worden aan de leerlinge opgelegd.
Uitkomst: Leerlinge wordt veroordeeld tot betaling van EUR 10.000 immateriële schadevergoeding en staking van beschuldigingen, ouders niet aansprakelijk.