ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ3459
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallig krediet en zorgplicht bank bij kredietverlening
In deze civiele procedure vordert ABN AMRO betaling van een achterstallig krediet van ruim €37.000,- van gedaagde. Gedaagde betwist de vordering primair wegens verjaring en subsidiair wegens schending van de zorgplicht door de bank en onrechtmatig handelen. De rechtbank stelt vast dat de kredietovereenkomst in 2003 is gesloten en dat gedaagde maandelijks €500 moest betalen. Door betalingsachterstand werd het gehele saldo in 2004 opeisbaar.
ABN AMRO heeft tijdig stuitingshandelingen verricht door aanmaningen te sturen naar het juiste adres, zodat de vordering niet is verjaard. De rechtbank oordeelt dat ABN AMRO voldoende kredietwaardigheidstoets heeft verricht en dat gedaagde de risico's van het krediet begreep. Het beroep op nietigheid wegens strijd met artikel 28 Wck Pro faalt.
Wel is geoordeeld dat ABN AMRO haar zorgplicht heeft geschonden door te lang te wachten met gerechtelijke invordering, waardoor de rente onredelijk hoog is opgelopen. Daarom wordt de rentevordering gematigd tot €7.500,-. De hoofdsom van €24.139,62 en de rente vanaf 13 februari 2010 worden toegewezen. De overige vorderingen van gedaagde worden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallige krediet met gematigde rente aan ABN AMRO.